Brief van de moeder van Rinus en Keesje - 2
Beste J.F. Wentzel,Wij zijn gelukkig vrij en ik feliciteert U allen er mee. Ik heb vernomen dat in Helpman niets gebeurd is. Dat was een pak van mijn hart. Hoe gaat het met mijn lief jongetje? Hij treft schitterend weer. Haalt hij nog meer van die komieken streken uit? Daar heb ik nog dagelijks pret van. Ik ben zoo benieuwd naar de fototjes. Keesje zijn groote broer is bij hem geweest. Dat was een prachtige verrassing en op de foto samen. O, wat was ik daar verrukt over. U wordt hartelijk bedankt voor de moeite die u er voor deed. Mijn zoontje schreef: Mama, ik kon hem niet meer, zoo is hij veranderd, maar zijn zwarte ogen heeft hij nog. Hij is zoon lief jog. Nu heeft hij mij helemaal nieuwsgierig gemaakt. Ik vond het zoo prachtig van Mijnheer Mulder dat hij Rinus er de gelegenheid er voor heeft gegeven dat hij naar zijn broertje kon. Wat heeft u wel een angst gehad toen de geallieerden binnen kwamen. Want met al die babys dat was een verzorging. Maar achter de IJzel ging zoo snel. Behalve waar mijn dochtertje is (Hasselt). Daar heb ik zoo’n angst van. Ik heb nog niets gehoord. Van mijn man heb ik ook nog niets gehoord. Hij is ondergedoken in de omgeving Meppel, dat is nu al 4 1/2 maand en ik weet niet waar hij is. Ik hoop maar niet dat er wat gebeurd is. Mijn ouders en broers kunnen ook varen. Ze waren met schip en al ondergedoken. Daar kon ik ook niet heen. Ik ben blij dat het nu vrij is en dat wij vrij kunnen praten. Er heerst hier een groote hongersnood. Nu hebben wij gisteren de parketten gehad wat uit de vliegtuigen is gegooid. Er was in eens vreugde op onze gezichten. Verleden week hadden wij niets anders dan 1/2 regeeringsbroodje wat nog muf was en 1/2 Zweeds en dat is zoo heerlijk. Wij hebben voor elk persoon uit de parketten 100 gram boter 50 gram chocolade en 100 gram bacon. Dat was heerlijk. Ik nam een paar boterhammetjes met bacon en ik werd er erg onpasselijk van en buikpijn. Wij kregen van de keuken aardappellenschillensoep: verschrikkelijk en nu staat dat al een paar weken stil dat je dat ook al niet meer had. Het was geweldig toen de vliegtuigen kwamen en de pakjes uitgooide. Het was net of het stofwolkjes waren. Ze vlogen zoo laag ze zwaaide met zakdoeken naar ons toe. Er is heel wat pakken er naast gevallen. De menschen die op Schiphol waren, zat de chocolade aan hun schoenen. Ik heb gehuild van blijdschap dat er redding kwam.